Aangezien dit de plofponyhoek is, gaat het hier dus om het expeditievoertuig
Een Honda XR50R uit 2002.
Hier het verslag van expeditie gerbrandicus, overgenomen uit de kronieken van ondergetekende.
Kaart van het expeditiegebied.

Dag 1. Al een aantal kilometer op weg. Het landschap wordt steeds onherbergzamer. Het eerste treffen met een miljoenen jaren oude bergformatie. De machine houdt zich goed, ikzelf heb nog geen last van onderkoelingsverschijnselen.

Dag 2. Een voetstap! Is het een Yeti? Sasquatch? Is het een Grizzly beer? Het zal niet lang meer duren voordat ik het wezen heb ingehaald, loop ik gevaar?

Dag 3. Lief dagboek, in dit godverlaten oord krijgt een mens echt de tijd om na te denken. Doe ik er goed aan deze gevaarlijke expeditie voort te zetten? Zal ik het halen? Zal ik doodvriezen?
Ik troost mij met de gedachte dat ik de wetenschap dien, deze onherbergzame gebieden worden dankzij mijn werk in kaart gebracht. Mocht ik het niet halen, dan zullen de wilde dieren zich tegoed doen aan mijn vlees, ze zullen mijn papieren dagboek ongemoeid laten en mijn verhaal zal ooit gevonden worden.
De machine houdt zich goed, de benzine voorraad is nog ruim voldoende. Eerste onderkoelingsverschijnselen dienen zich aan.

Dag 4. Ik heb de wezens ingehaald! Is het de gevreesde Yeti? Wat verder op de berg is een harig wezen te zien dat op 4 poten liep, het maakte een hard en dreigend geluid, even vreesde ik voor mij leven.
Waarom wendt het oranje wezen zijn gezicht af? Is het bang?
Mysterieus wezen, wat gaat er in jouw hoofd om? Wie ben je?

Dag 5. Steeds interessanter rotsformaties kom ik tegen. Het oranje wezen achtervolgt me, het lijkt goede bedoelingen te hebben. Probeert het mij te hoeden voor gevaar? Op deze afbeelding laat het zijn gezicht zien, de ogen zijn gericht op mijn expeditievoertuig. Dit zou voor het primitieve wezen heel goed de eerste ervaring kunnen zijn met moderne techniek. In stilte accepteer ik dat onze vriendschap geen woorden behoeft.

Dag 6. Het wezen is teruggekeerd naar zijn burcht. Tegen deze erbarmelijke omstandigheden kan zelfs zijn warme oranje vacht hem niet beschermen.
Mijn uitrusting houdt mij nog redelijk warm, maar mijn kleine tenen zijn het aan het begeven.
Hevig onder de indruk neem ik een pauze om deze rotsformatie te fotograferen. Het is goed te zien dat gedurende miljoenen jaren de scherpste punten van deze rotspartij zijn geërodeerd.

Dag 7. Mijn mechanische makker en ik stuiten op een woest kolkende rivier. Door het ijskoude water heen waden zou zeker onze dood betekenen, we moeten springen. Ik zet de machine in zijn vrij, neem hem in mijn armen en ik spring voor alles wat mijn leven waard is.
Veilig aan de overkant zetten we onze reis voort.


Dag 8. Mijn kleine tenen zijn zwart en afgestorven en ik besluit ze eraf te knippen. Een klein offer voor de wetenschap. We zijn bijna thuis, de expeditie loopt op zijn eind.

Dag 9. In zulk prachtig uitgestrekt landschap voelt een mens zich werkelijk nietig. We naderen de thuisbasis, rechts achter de bergketen is de eerste nederzetting al te zien.

En dan eindelijk thuis. De techniek heeft mij gebracht waar geen mens ooit gegaan was. Nu is het mijn taak mijn bevindingen te delen met de rest van de wereld en om ervoor te zorgen dat de prachtige ongerepte natuur met haar mystieke maar vreedzame bewoners beschermd worden. Ik zeg u: Weest zuinig op den landerijen!

Dit is de kaart van het gebied waar ik mij op concentreerde, zoals je ziet niet zonder gevaren!

Gegroet, gerbrandicus.
edit:
Nu staat de wagen op stok, in afwachting van de volgende expeditie

